Afrikaanse muziek

Woensdag tot en met vrijdag (10u-16) : 18, 19, 20 augustus 2010

Bij de buren op bezoek

Zaterdagnamiddag (14u-16.30u): 21 augustus 2010

Heb je even tijd ... voor jezelf?

Dinsdag- tot en met donderdagvoormiddag (9.30u-12.30u): 24, 25, 26 augustus 2010

Basiscursus fietsonderhoud

3 dinsdagavonden (19.30u-22u): 14, 21, 28 september 2010

Intuïtie en de kracht om je levenspad te gaan

Zaterdag (9.30u-16.30u): 18 september 2010

info activiteiten > Kunst en cultuur



Kunst en cultuur

Vrolijk België. Nostalgie naar de fifties.

Lidy DevisIn het begin van de jaren '90 raakte kunstwetenschapper Lidy Devis in de ban van de jaren '50. Eerst omwille van de gedurfde architectuur, daarna omwille van de speelse mode én de culturele dynamiek. Zelf maakte ze de periode niet mee, maar dat maakt haar interesse en nostalgie alleen maar groter.

Tim Deschaumes

Wat waren de oorzaken van die dynamiek en van dat onbeteugeld gevoel van hoop dat zo kenmerkend is voor de jaren '50?
Dat optimisme kwam in België vooral bovendrijven in de tweede helft van de jaren '50. Eerst moest iedereen nog bekomen van de Tweede Wereldoorlog. Pas daarna vond men de energie om de maatschappij weer op te bouwen en kreeg de hoop in de toekomst vorm. In 1955 was er de eerstesteenlegging van de Expo. Iedereen leefde mee met de opbouw ervan. Brussel was een
werf, de kleine ring werd aangelegd. Veel Vlamingen konden hun ogen niet geloven als ze Expo '58 bezochten. De meesten onder ons hadden nog geen badkamer en wasten zich in een badkuip. En dan zagen ze wat er allemaal mogelijk was en werden ze geconfronteerd met ideeën van vrijheid en vooruitgang. Iedereen begon in een roes te leven. Het heeft dus toch een klein
decennium geduurd vooraleer men dat oorlogstrauma te boven kwam. De creativiteit en dynamiek kun je ook verklaren als een reactie tegen de oorlog. In de mode kwam in 1947 de New Look op met de kenmerkende
wespentaille, een reactie tegen de strakke uniformstijl die gangbaar was tijdens de twee wereldoorlogen. Vrouwen moesten dan een replica dragen van
de mannelijke uniformen. In de 1ste Wereldoorlog was dat de rechtlijnige Chanelstijl, in de 2de Wereldoorlog ontwierp men de tailleur naar analogie met het mannelijke uniform. Met de wespentaille van de fifties ontstond een heel ander vrouwbeeld. Boeiend is ook dat men in de stoffen elementen uit de schilderkunst integreerde. Zo vonden het surrealisme van Miro of de drippings van Pollock hun weg naar de mode en het design. Je trof plots overal veel ronde, organische vormen aan. Men wou zo ver mogelijk weg van die strakke
stijl. De mode was veel kleurrijker en de kunst werd gedemocratiseerd. Ook in de huiskamers doken felle kleuren op. Als kleuter herinner ik me nog dat in de
huiskamer de ene muur in bordeaux was geschilderd en de andere in lichtblauw. De meubels hadden van die dunne frames en organische vormen. In die tijd dokenin de huiskamer natuurlijk de elektrische toestellen en zwartwit-tv's op. Iedereen bewoog mee in die golf.

In de achitectuur zette men zich af tegen het modernisme.
Ja, men reageerde tegen het functionalisme van Le Corbusier, die veel met glas en gewapend beton werkte. Het functionalisme beoogde nochtans een meer leefbare stad: men scheidde industriekernen van woonkernen en hechtte veel belang aan licht en ruimte. Toch ervaarden mensen die architectuur uiteindelijk als te strak en te saai. In de jaren '50 leek alles te kunnen en durfde men veel meer. Voor de architectuur van Expo '58 was het allemaal om ter gekst. De Pijl van de Burgerlijke Bouwkunde was een statement: 'Kijk wat we
kunnen!'.

Was de Expo '58 vooral een showcase of zette men die architecturale ideeën ook in de praktijk om?
Vooral in het interieur, in de bouwkunst zelf eigenlijk niet. Vanbinnen zagen de huizen er levendig en speels uit, maar de buitenkant van de Vlaamse huizen bleef klassiek en strak. De stadsarchitectuur volgde evenmin
het voorbeeld van de Expo. Niet alleen de architectuur, maar ook het design was heel opvallend en dook in het westen overal op. Er was een uniforme interieur- en architectuurstijl. Dat universalisme is typisch voor de jaren '50. Het centrum van de kunst verschuift van Europa naar New-York, waar weliswaar veel uitgeweken Europeanen actief waren, die ondermeer het surrealistische gedachtengoed hadden ingevoerd. In het surrealisme speelde de droom een belangrijke rol. Gekoppeld aan de ideeën van de fifties werd dat de droom van de vrijheid. Die vrijheidsdroom werd een universele idee in Amerika én Europa, die ten koste van alles moest worden beschermd. Ook op muzikaal vlak blaakten de fifties van vernieuwingsdrang. Er spreekt een aanstekelijke
levensvreugde uit. In Amerika schafte men de segregatiewet af: blanken
en zwarten mochten niet meer gescheiden worden op de bus, in de scholen of tijdens concerten. Dat was zeer revolutionair en versterkte het vrijheidsgevoel van 'alles kan, alles mag'. De free jazz en de rock-'n-roll met Chuck Berry en Elvis Presley weerspiegelden die vrijheidsgedachte. Je had dat al wel met de swing in de jaren '30, maar in de jaren '50 was er toch meer dat wauwgevoel. In de jaren '50 ontstaat ook de jeugdcultuur, een uniek historisch verschijnsel.
Samen met de rock-'n-roll en de reactie tegen het verleden, ontstaat inderdaad een jongerencultuur. Jongeren willen geen sombere oorlogsverhalen meer horen en richten hun blik op de toekomst. Het is echt een periode
van optimisme, er was nauwelijks werkloosheid. Dat kwam doordat er veel werkkrachten nodig waren voor de heropbouw na de Tweede Wereldoorlog. Alleen al voor de Expo '58 was er drie jaar lang werk voor 15.000
arbeiders.

Toch zie je in de tweede helft van de jaren '50 veel films met hoofdpersonages die géén goed oog hebben in de toekomst en zich afzetten tegen volwassenen. Zoals James Dean in Rebel Without a Cause.
Kenmerkend voor de jongerencultuur was inderdaad het generatieconfl ict. De drang van jongeren naar vrijheid kon zo groot zijn, dat de ouders niet meer konden volgen. Het is ook voor het eerst dat niet zomaar enkele individuen zich verzetten, maar dat een hele generatie dat doet. Het verleden had geen goeds bewezen en daarom wilden jongeren hun eigen leven in handen
nemen. Zo ontstond de generatie van de Angry Young Men en maakte men kennis met de donkere toneelstukken van Tennesee Williams. Uit hun werk blijkt dat niet alles rozengeur en maneschijn was. Dat gold ook op politiek vlak: er was de oorlog in Korea, de Koude Oorlog en de angst voor de bom, het McCarthyisme. Joe McCarthy ging echt op jacht naar 'communisten'. Er was
dus ook plaats voor dit soort van extremistisch denken. De periode was zo dynamisch en vrij dat er veel dingen tegelijk gebeurden. Jongeren voelden dat ook, maar zetten zich af tegen het pessimistisch denken. Soms was de vrijheid te groot om te hanteren, zoals bij James Dean en Jackson Pollock, die allebei verongelukten.

Hoe komt het dat de fifties na een halve eeuw nog zo een aantrekkingskracht blijven uitoefenen? Waarom roept deze periode zo makkelijk nostalgie op?
Alles was zo nieuw en optimistisch: in een juxebox moest je gewoon een muntje insteken en een plaatje kiezen. Leuk toch! Na 50 jaar blijft de fascinatie levendig voor de wijze waarop mensen in die tijd dachten en leefden. Hoe komt het dat iedereen zo vlot meeging in die culturele golf? Tennesee Williams speelt men opnieuw en opnieuw. De blijvende populariteit van James
Dean verklaar ik door zijn durf. Iemand die vrij is en zich verzet kan op waardering rekenen in eender welke periode. Die Angry Young Men blijven ook aanspreken, niet alleen om hun durf, maar ook omdat ze regels overtraden zonder dat ze ervoor bestraft werden.

Dansten Vlamingen in de praktijk ook echt Amerikaans?
Ja, in de danstentjes in Vlaanderen danste men zeker Amerikaans. Sommigen werden misschien wel vergezeld van een toekijkende moeder, maar velen leerden er hun partner kennen. Dat was alleszins het geval bij mijn ouders!

Voor Vormingplus geef je de cursus Leven in de jaren '50. Welke aspecten van de fifties belicht je?
Ik spreek uitgebreid over het dagelijks leven, maar ook over de politieke sfeer: het McCarthyisme, de Koreaanse oorlog, de A-bom. Die A herkende men zelfs in de wespentaille van de New Look: een mooi voorbeeld van de combinatie van dreigende en vrolijke aspecten, van het leven in het nu én de vrees voor de terugkeer van iets gruwelijks. Ik sta ook stil bij design, schilderkunst en mode en bij de architectuur van Expo '58. En bij de rol die de Expo speelde om Brussel voor te bereiden op zijn rol als Europese hoofdstad. Men verlangde
naar een verenigd Europa waar nooit nog oorlog zou worden gevoerd.

Je gaat ook op daguitstap naar Brussel.
In de voormiddag gaan we naar de Expoweide en het Amerikaans theater. Daarna brengen we een bezoek aan de tentoonstelling in het Atomium. Daar zien we veel voorwerpen uit de jaren '50. En de bollen bieden natuurlijk een mooi zicht op Brussel. In de namiddag bekijken we de architectuur van de jaren '50 in de Sint-Gorikshallen in hartje Brussel, op de 'broeken' of moerassen. Die liggen in de buurt van de parking '58. Ik sta ook stil bij de invloed van Expo '58 op het uitzicht van Brussel.

Is het Atomium het enige restant van de Expo?
Nee, daarnaast zijn ook de paviljoenen van Thailand en Japan blijven staan. En het grootste deel van het Amerikaans Theater: omdat de akoestiek in de studio's zo goed was, trok de BRT erin. Het levendige Amerikaans Theater stond overigens pal tegenover het strakke Russische paviljoen mét de Spoetnik. En het heilig huisje van Vaticaanstad stond tussen de grootmachten in. Die moest de kerk letterlijk in het midden houden! De politieke
spanningen kon je perfect afl eiden uit de expoopstelling. Merkwaardig was wel dat bij de paviljoenen uit andere werelddelen, zoals China, India en Japan, de
nadruk lag op traditionele architectuur of op het traditionele dorpsleven, zoals bij Congo. Dat zorgde voor de kritiek dat België te veel zijn kolonialisme opdrong. Jonge zwarte studenten vonden dat een stereotiepe voorstelling. De grootmachten mochten hun vooruitgang tonen, terwijl het beeld van kolonies stereotiep bleef, ondanks de golf van dekolonisatie. Maar Europa had moeite om in het verhaal van ontvoogding mee te stappen.

Een bezoek aan de Expo '58 was alleszins een dagvullend programma.
Een expoticket was zeer duur: je kon de expo niet op één dag bekijken en dus kon je een abonnement kopen, goed voor ongeveer een derde van je maandloon. Voor die prijs kon je je dan ook wel vermaken in Vrolijk België, een pretpark met een heuse roetsjbaan. En je kon smullen van oliebollen, softijs en Coca-Cola!

 

Bron: Goedgevonden, jaargang 5, nummer 4, pag. 4-6.